Episodes

  • En we gaan verder met deel twee van onze faraoreeks. Deze keer een stukje tekst dat normaal niet zo zorgvuldig gelezen wordt. Maar dat doen wij natuurlijk wel. En dan krijg je ook de schaduwzijde van de Bijbel te lezen.

    Luister nu de aflevering Farao deel 2 via #spotify, #googlepodcasts, #applepodcasts, www.gelukkigdemens.nl/102-farao-deel-2 of je eigen podcastapp.

    Genesis 47

    Daarop ging Jozef naar de farao en deelde hem mee dat zijn vader en broers uit Kanaän waren gekomen, met hun schapen, geiten en runderen en met alles wat ze verder bezaten, en dat ze nu in Gosen waren. Vijf van zijn broers had hij meegenomen en hij stelde hen aan de farao voor. ‘Wat is uw beroep?’ vroeg de farao, en zij antwoordden: ‘Wij zijn schaapherders, net als onze voorouders.’ En ze vervolgden: ‘Uw dienaren zijn hierheen gekomen om een tijdlang in dit land te wonen, want er is in Kanaän geen weidegrond meer voor onze schapen en geiten; zo erg is de hongersnood daar. Geef uw dienaren daarom toestemming om in Gosen te gaan wonen.’ Toen zei de farao tegen Jozef: ‘Nu uw vader en uw broers naar u toe zijn gekomen, kunnen ze in Egypte blijven. Laat hen in het beste deel van het land wonen, laten ze zich in Gosen vestigen. En zijn er mannen bij die, naar u weet, hun vak verstaan, belast die dan met het toezicht over mijn veestapel.’

    Hierna bracht Jozef zijn vader Jakob bij de farao en stelde hem aan de farao voor. Jakob begroette hem met een zegenwens. De farao vroeg hem naar zijn leeftijd en Jakob antwoordde: ‘Honderddertig jaar heb ik nu op aarde rondgezworven. Mijn leven, dat ellendig is geweest, heeft nog maar kort geduurd, ik heb nog niet zo lang op aarde rondgezworven als mijn voorouders.’ Toen nam Jakob met een zegenwens afscheid van de farao.

    Jozef gaf zijn vader en zijn broers een stuk grond in het beste deel [...]

  • We gaan weer voor een nieuwe reeks! Onze vorige reeks over Simson (aflevering 96 t/m 99) was een groot succes. Dus dachten we, op naar de volgende. En deze keer gaan we het hebben over farao's. En dit begint in Genesis 12. Daar komt de eerste om de hoek kijken.

    Luister nu de aflevering Farao deel 1 via #spotify, #googlepodcasts, #applepodcasts, www.gelukkigdemens.nl/101-farao-deel-1 of je eigen podcastapp.

    Eens brak er in het land hongersnood uit. Abram trok naar Egypte om daar tijdelijk te gaan wonen, want de hongersnood was zeer zwaar. Toen hij op het punt stond Egypte binnen te trekken, zei hij tegen zijn vrouw Sarai: ‘Luister, ik weet heel goed dat jij een mooie vrouw bent. Als de Egyptenaren je zien, zullen ze denken: Dat is zijn vrouw, en dan zullen ze jou in leven laten, maar mij zullen ze doden. Zeg daarom dat je mijn zuster bent, dan kom ik er dankzij jou misschien goed vanaf en loopt mijn leven geen gevaar.’ Inderdaad was Abram nog maar nauwelijks in Egypte of de Egyptenaren zagen dat Sarai een bijzonder mooie vrouw was. Ook de officieren van de farao merkten haar op. Ze vertelden de farao zo enthousiast over haar dat hij de vrouw naar zijn paleis liet overbrengen. En vanwege haar werd Abram door de farao met geschenken overladen: hij kreeg schapen en geiten, runderen, ezels, slaven en slavinnen, ezelinnen en kamelen.

    Maar de HEER trof de farao en zijn hof met zware plagen om wat er gebeurd was met Abrams vrouw Sarai. Toen ontbood de farao Abram. ‘Wat hebt u mij aangedaan!’ zei hij. ‘Waarom hebt u me niet verteld dat ze uw vrouw is? Waarom hebt u gezegd dat ze uw zuster is? Nu heb ik haar tot vrouw genomen. Hier is uw vrouw weer, neem haar mee en verdwijn!’ En op bevel van de farao werd Abram, met zijn vrouw en al zijn bezittingen, onder geleide het land uit gebracht.

  • Missing episodes?

    Click here to refresh the feed.

  • De honderdste aflevering (💯) van Gelukkig de mens. We hebben 100 afleveringen van deze podcast gemaakt. En elke aflevering stond een Bijbeltekst centraal. Dus hoe kunnen we dat beter vieren dan met een podcast over… een niet Bijbeltekst. Deze week leest Wieteke uit het boek Jubileeën, ook wel het kleine Genisis genoemd. Want ja, 100 podcasts, dat is natuurlijk een jubileum.

    Deze aflevering heet jubileum. Luister nu de aflevering via #spotify, #googlepodcasts, #applepodcasts, www.gelukkigdemens.nl/100-jubileum of je eigen podcastapp.

    En op naar de 200!

  • En we zijn aanbeland bij de laatste aflevering over onze held Simson. En in deze aflevering komt de befaamde Delila om de hoek kijken. Hij wordt gevangen genomen, zijn haar wordt afgeschoren en hij sterft. Wieteke leest Rechters 16 en hierin horen we hoe het afloopt met onze Simson. Mocht je de vorige afleveringen niet geluisterd hebben, dan kunnen we aanbevelen om dat te doen (begin dan bij aflevering 96; Simson deel 1).
    [...]

  • Kinnebak… Kinnebak; dat is het woord waar Wieteke als klein meisje op aansloeg. En dit woord komt terug in het derde verhaal over Simson. Daarnaast hebben we deze week vossen, fakkels, en wederom een bokje. Wieteke leest Rechters 15 en hierin horen we hoe het verder gaat met onze held Simson. Mocht je de vorige afleveringen niet geluisterd hebben, dan kunnen we aanbevelen om dat te doen (afleveringen 96 en 97).

    Niet lang daarna, in de tijd van de tarweoogst, wilde Simson zijn vrouw een bezoek brengen. Hij had een geitenbokje voor haar meegenomen. ‘Ik wil graag mijn vrouw bezoeken in haar eigen vertrek,’ zei hij, maar haar vader weigerde hem de toegang. ‘Ik was er vast van overtuigd dat je niets meer van haar wilde weten,’ zei hij. ‘Daarom heb ik haar aan een ander gegeven. Maar haar jongere zuster is nog mooier dan zij. Waarom zou je die niet nemen in haar plaats?’ Toen zei Simson: ‘Ik zal ze krijgen, die Filistijnen. En deze keer valt mij niets te verwijten!’ Hij ging weg, ving driehonderd vossen en legde fakkels klaar. De vossen bond hij twee aan twee met de staarten aan elkaar, steeds met een fakkel ertussen. Toen stak hij de fakkels aan en stuurde de vossen de korenvelden van de Filistijnen in. Zo stak hij alles in brand, niet alleen de korenschoven en het koren dat nog op de akker stond, maar ook de wijngaarden en de olijfgaarden. De Filistijnen wilden weten wie daarvoor verantwoordelijk was. Toen ze erachter kwamen dat Simson het had gedaan, omdat zijn schoonvader hem zijn vrouw had afgenomen en haar aan een ander had gegeven, staken ze het huis van Simsons schoonvader in Timna in brand, zodat Simsons vrouw en haar vader in de vlammen omkwamen. Toen zei Simson: ‘O, gaat het er hier zo aan toe? Dan zal ik niet rusten voor ik me gewroken heb!’ En hij sloeg er ongenadig op los en maakte talloze slachtoffers. Daarna trok hij zich terug onder een overhangende rots bij Etam.

    De Filistijnen vielen daarop Juda binnen, sloegen hun kamp op bij Lechi en begonnen zich van daar te verspreiden. De Judeeërs vroegen hun waarom ze hun gebied waren binnengevallen en kregen als antwoord: ‘We zijn gekomen om Simson gevangen te nemen. We willen hem betaald zetten wat hij ons heeft aangedaan.’ Toen gingen drieduizend Judeeërs naar Simsons rotshol bij Etam. ‘Hoe kon je ons dit aandoen?’ vroegen ze. ‘Je weet toch dat de Filistijnen hier de baas zijn!’ Maar Simson zei: ‘Ik heb hun alleen betaald gezet wat zij mij hebben aangedaan.’ ‘We zijn gekomen om je gevangen te nemen,’ zeiden de Judeeërs. ‘We gaan je uitleveren aan de Filistijnen.’ ‘Zweer me dan dat jullie me niet zullen doden,’ zei Simson. ‘Nee, daar is geen sprake van,’ verzekerden ze hem. ‘We binden je vast en leveren je aan hen uit, maar doden zullen we je niet.’ Ze boeiden hem met twee nieuwe touwen, leidden hem uit zijn rotshol en brachten hem naar Lechi, waar de Filistijnen juichend op hem afstormden.

    Toen voer de geest van de HEER in hem. De touwen waarmee hij was gebonden leken wel vlas dat wegschroeit in het vuur, zo makkelijk vielen ze van zijn armen en zijn polsen. Hij zag een ezelskaak liggen; het bot was nog hard. Hij raapte het op en sloeg er duizend man mee dood.

    ‘Met een ezelskaak
    heb ik hun botten gekraakt.
    Met een ezelskaak
    heb ik er duizend geraakt!’

    riep hij uit, en gooide het bot weer weg. Hij noemde die plek Ramat-Lechi. Hij had ondertussen erge dorst gekregen, en daarom riep hij tot de HEER: ‘Aan u, Heer, heb ik deze geweldige overwinning te danken. Moet ik nu sterven van de dorst en alsnog in handen vallen van die onbesnedenen?’ Toen liet God in de kom van het dal bij Lechi de aarde openbarsten. Er kwam water uit en Simson dronk ervan, zodat hij weer helemaal op krachten kwam. En hij noemde die bron, die tot op de dag van vandaag bij Lechi is te vinden, En-Hakkore. Tijdens de Filistijnse overheersing trad Simson twintig jaar lang op als rechter.

  • Dit is de tweede aflevering over onze held Simson. In deze aflevering trouwt hij (en het is niet met Delila). Maar hij verscheurt ook een leeuw met z'n blote handen en dood nog even dertig man. Er gebeurt veel. Mocht je de eerste gemist hebben, luister die dan eerst. Aflevering is 96. Simson - Deel 1

    En wil je ook zo'n groot trouwfeest van 7 dagen: kijk dan eens op de website van @Dopersduin (www.dopersduin.nl) en boek. Als een feest van zeven dagen iets te gortig is, dan kun ook gewoon een keer in een vakantie komen of als bed & breakfast gast…

    Rechters 14

    Op een keer ging Simson naar Timna. Daar viel zijn oog op een Filistijns meisje. Toen hij thuiskwam vertelde hij zijn ouders: ‘Ik heb in Timna een Filistijns meisje gezien. Ik zou willen dat u haar voor mij ten huwelijk vraagt.’ Maar zijn ouders zeiden: ‘Waarom zoek je een bruid bij die onbesneden Filistijnen? Er is onder de dochters van je verwanten toch wel een vrouw voor je te vinden, of in elk geval onder de meisjes van ons eigen volk.’ ‘Nee, vader,’ antwoordde Simson. ‘Dit meisje moet u voor me vragen, want zij bevalt me.’ Zijn ouders wisten niet dat het de HEER was die hierop aanstuurde, omdat hij een aanleiding zocht om de strijd met de Filistijnen aan te gaan. De Filistijnen waren in die tijd namelijk heer en meester in Israël.

    Simson ging met zijn vader en moeder op weg naar Timna. In de buurt van de wijngaarden van Timna kwam opeens een leeuw brullend op hem af. Toen voer de geest van de HEER in hem en met zijn blote handen verscheurde hij de leeuw, alsof het een geitenbokje was. Maar tegen zijn vader en moeder sprak hij er met geen woord over. Hij vervolgde zijn weg en sprak met het meisje, en zij beviel hem nog steeds. Niet lang daarna maakte hij de reis opnieuw, nu om haar tot vrouw te nemen. Onderweg verliet hij even het pad om naar de dode leeuw te kijken. Daar zag hij dat zich in het kadaver een zwerm bijen had genesteld, en dat er honing in zat. Met zijn blote handen haalde hij de honing eruit, en al etend liep hij terug naar zijn ouders. Hij gaf hun er ook wat van te eten, maar hij zei er niet bij dat hij die honing uit het kadaver van een leeuw had gehaald.

    Zijn vader ging naar het ouderlijk huis van het meisje. Simson gaf daar een feest, want zo hoorde dat wanneer een jongeman ging trouwen. Na de kennismaking werden dertig van zijn leeftijdsgenoten uitgekozen om het feest bij te wonen. Simson zei tegen hen: ‘Laat ik jullie een raadsel opgeven. Als jullie me binnen de zeven dagen van dit feest de oplossing vertellen, krijgen jullie alle dertig een stel onder- en bovenkleren van mij. Maar als jullie de oplossing niet kunnen vinden, krijg ik van jullie dertig stel onder- en bovenkleren.’ ‘Afgesproken!’ antwoordden ze. ‘Laat je raadsel maar horen.’ Toen zei Simson:

    ‘Het is sterk en het verslindt altijd,
    nu biedt het een maal van zoetigheid.’

    Na drie dagen hadden ze de oplossing nog niet gevonden. Daarom zeiden ze op de vierde dag tegen Simsons vrouw: ‘Jij moet je man overhalen om ons de oplossing van het raadsel te vertellen, anders steken we jullie huis in brand zodat jij en je familie in de vlammen omkomen. Wat denken jullie wel! Hebben jullie ons soms uitgenodigd om ons tot de bedelstaf te brengen?’ Snikkend viel Simsons vrouw haar man om de hals en verweet hem: ‘Je houdt niet van me, het lijkt wel of je een hekel aan me hebt. Je hebt mijn stadsgenoten een raadsel opgegeven maar mij niet eens de oplossing verteld.’ ‘Die heb ik zelfs niet aan mijn eigen vader en moeder verteld,’ zei Simson. ‘Waarom zou ik het dan aan jou verklappen?’ Maar de hele feestweek door bleef ze hem in tranen verwijten maken, en op de zevende dag gaf hij ten slotte toe, zo had ze hem met haar verwijten bestookt. Ze vertelde de oplossing van het raadsel door aan haar stadsgenoten, en die stelden op die zevende dag, vlak voor zonsondergang, aan Simson de wedervraag:
    [...]

  • We zijn weer terug! En we gaan wat nieuws proberen. De komende weken gaan we een reeks maken. We zullen in 4 afleveringen het verhaal van Simson vertellen (je weet wel, die van Simson en Delila). Deze week Simson - deel 1.

    Rechters 13

    Weer deden de Israëlieten wat slecht is in de ogen van de HEER. Daarom leverde de HEER hen veertig jaar lang over aan de Filistijnen. In die tijd leefde er in de omgeving van Sora een zekere Manoach, die tot de stam Dan behoorde. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had nooit kinderen gekregen. Op een dag verscheen bij haar een engel van de HEER. ‘Tot nu toe was u onvruchtbaar en hebt u geen kinderen gekregen,’ zei hij. ‘Maar nu zult u zwanger worden en een zoon baren. Onthoud u daarom van wijn en andere drank en eet geen voedsel dat onrein is. U zult zwanger worden en een zoon krijgen. Zijn haar mag nooit door een scheermes worden aangeraakt, want hij zal al vanaf de moederschoot als nazireeër aan God gewijd zijn. Hij zal een begin maken met de bevrijding van Israël uit de greep van de Filistijnen.’

    De vrouw ging naar haar man en vertelde hem dat er een godsman bij haar was geweest. ‘Hij zag er bijzonder ontzagwekkend uit,’ zei ze, ‘het leek wel een engel van God. Ik heb hem niet gevraagd waar hij vandaan kwam en hij heeft me zijn naam niet gezegd. Hij zei tegen me dat ik zwanger zou worden en een zoon zou krijgen. Van nu af aan mag ik geen wijn of andere drank drinken en niets onreins eten, want onze zoon zal vanaf de moederschoot tot aan de dag van zijn dood als nazireeër aan God gewijd zijn.’

    ...

  • En op deze stille zaterdag was Wiebe zijn stem kwijt. Toch lastig als je wilt podcasten. Maar goed, gelukkig hadden we vorig jaar ook al een podcast over Pasen gemaakt. En heel toevallig is dat dezelfde tekst als die dit jaar op het leesrooster staat. Zodoende een heruitzending van de aflevering van een jaar geleden.

    Deze aflevering gaat over een ongemakkelijk stuk in de bijbel: Pasen. Maar waarom is het ongemakkelijk? Luister nu deze aflevering van @gelukkigdemens en je komt erachter. Luister nu de aflevering Ongemak via #spotify, #googlepodcasts, #applepodcasts, www.gelukkigdemens.nl/52-ongemak-heruitzending of je eigen podcastapp.

    Deze week leest Wieteke Johannes 20:1-18

    Vroeg op de eerste dag van de week, toen het nog donker was, kwam Maria uit Magdala bij het graf. Ze zag dat de steen van de opening van het graf was weggehaald. Ze liep snel terug naar Simon Petrus en de andere leerling, van wie Jezus veel hield, en zei: ‘Ze hebben de Heer uit het graf weggehaald en we weten niet waar ze hem nu neergelegd hebben.’ Petrus en de andere leerling gingen op weg naar het graf. Ze liepen beiden snel, maar de andere leerling rende vooruit, sneller dan Petrus, en kwam als eerste bij het graf. Hij boog zich voorover en zag de linnen doeken liggen, maar hij ging niet naar binnen. Even later kwam Simon Petrus en hij ging het graf wel in. Ook hij zag de linnen doeken, en hij zag dat de doek die Jezus’ gezicht bedekt had niet bij de andere doeken lag, maar apart opgerold op een andere plek. Toen ging ook de andere leerling, die het eerst bij het graf gekomen was, het graf in. Hij zag het en geloofde. Want ze hadden uit de Schrift nog niet begrepen dat hij uit de dood moest opstaan. De leerlingen gingen terug naar huis.

    Maria stond nog bij het graf en huilde. Huilend boog ze zich naar het graf, en daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen. ‘Waarom huil je?’ vroegen ze haar. Ze zei: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze hem hebben neergelegd.’ Na deze woorden keek ze om en zag ze Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was. ‘Waarom huil je?’ vroeg Jezus. ‘Wie zoek je?’ Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Als u hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u hem hebt neergelegd, dan kan ik hem meenemen.’ Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’ Ze draaide zich om en zei: ‘Rabboeni!’ (Dat betekent ‘meester’.) ‘Houd me niet vast,’ zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’ Maria uit Magdala ging naar de leerlingen en zei tegen hen: ‘Ik heb de Heer gezien!’ En ze vertelde alles wat hij tegen haar gezegd had.

  • Wie kan geloven wat wij hebben gehoord? Daarmee begint de tekst van Jesaja 53. En er zit veel in deze tekst. Deze week heet de aflevering Wie kan geloven. Hij is nu te beluisteren via #spotify #googlepodcasts #applepodcasts en www.gelukkigdemens.nl/95-wie-kan-geloven

    In de aflevering heeft Wieteke het over de podcast over Job. Wil je dezer nog keer luisteren, zoek dan aflevering 75 Echte vrienden of open deze deze link: https://www.gelukkigdemens.nl/75-echte-vrienden/ En voor wie meer wil weten over de Servent Poems, lees hier meer op wikipedia (alleen in het Engels): https://en.wikipedia.org/wiki/Servant_songs

    Jesaja 53

    Wie kan geloven wat wij hebben gehoord?
    Aan wie is de macht van de HEER geopenbaard?

    Als een loot schoot hij op onder Gods ogen,
    als een wortel die uitloopt in dorre grond.
    Onopvallend was zijn uiterlijk,
    hij miste iedere schoonheid,
    zijn aanblik kon ons niet bekoren.

    Hij werd veracht, door mensen gemeden,
    hij was een man die het lijden kende
    en met ziekte vertrouwd was,
    een man die zijn gelaat voor ons verborg,
    veracht, door ons verguisd en geminacht.

    Maar hij was het die onze ziekten droeg,
    die ons lijden op zich nam.
    Wij echter zagen hem als een verstoteling,
    door God geslagen en vernederd.

    Om onze zonden werd hij doorboord,
    om onze wandaden gebroken.
    Voor ons welzijn werd hij getuchtigd,
    zijn striemen brachten ons genezing.

    Wij dwaalden rond als schapen,
    ieder zocht zijn eigen weg;
    maar de wandaden van ons allen
    liet de HEER op hem neerkomen.

    Hij werd mishandeld, maar verzette zich niet
    en deed zijn mond niet open.
    Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid,
    als een ooi die stil is bij haar scheerders
    deed hij zijn mond niet open.

    Door een onrechtvaardig vonnis werd hij weggenomen.
    Wie van zijn tijdgenoten heeft er oog voor gehad?
    Hij werd verbannen uit het land der levenden,
    om de zonden van mijn volk werd hij geslagen.

    Hij kreeg een graf bij misdadigers,
    zijn laatste rustplaats was bij de rijken;
    toch had hij nooit enig onrecht begaan,
    nooit bedrieglijke taal gesproken.

    Maar de HEER wilde hem breken, hij maakte hem ziek.
    Hij offerde zijn leven voor hun schuld,
    om zijn nageslacht te zien en lang te leven.
    En door zijn toedoen slaagde wat de HEER wilde.

    Na het lijden dat hij moest doorstaan,
    zag hij het licht en werd met kennis verzadigd.
    Mijn rechtvaardige dienaar verschaft velen recht,
    hij neemt hun wandaden op zich.

    Daarom ken ik hem een plaats toe onder velen
    en zal hij met machtigen delen in de buit,
    omdat hij zijn leven prijsgaf aan de dood
    en zich tot de zondaars liet rekenen.
    Hij droeg echter de schuld van velen
    en nam het voor zondaars op.

  • Soms heb je medelijden. Medelijden met mensen die zo hun best doen, maar dat het toch niet goed genoeg is. Of beter gezegd, dat ze het toch niet goed begrepen hebben. Jesaja 58 is zo'n tekst. Deze week heet de aflevering Oordeelloos. Hij is nu te beluisteren via #spotify #googlepodcasts #applepodcasts en www.gelukkigdemens.nl/94-oordeelloos

    Jesaja 58:1-12

    Roep luidkeels, zonder je in te houden,
    verhef je stem als een ramshoorn.
    Maak aan mijn volk zijn misdaden bekend,
    aan het volk van Jakob zijn zonden.

    Zeker, ze zoeken mij dag aan dag,
    vol verlangen om te ontdekken wat ik wil,
    zoals een vreemd volk dat rechtvaardig leeft
    en het recht van zijn goden niet verzaakt.
    En ze vragen naar mijn rechtvaardige voorschriften
    en verlangen naar Gods nabijheid.

    ‘Waarom ziet u niet dat wij vasten,
    en merkt u niet op dat wij ons onthouden?
    Omdat jullie op je vastendagen nog handeldrijven
    en jullie arbeiders afbeulen,
    omdat jullie onder het vasten strijden en ruziën
    en vol vuur met elkaar op de vuist gaan.
    Als je op die manier vast,
    wordt je stem niet gehoord in de hemel.

    Zou dat het vasten zijn dat ik verkies?
    Is dat een dag van onthouding:
    dat iemand het hoofd buigt als een riet
    en zich met een rouwkleed neerlegt in het stof?
    Noemen jullie dat soms vasten,
    is dat een dag die de HEER behaagt?

    Is dit niet het vasten dat ik verkies:
    misdadige ketenen losmaken,
    de banden van het juk ontbinden,
    de verdrukten bevrijden,
    en ieder juk breken?

    Is het niet: je brood delen met de hongerige,
    onderdak bieden aan armen zonder huis,
    iemand kleden die naakt rondloopt,
    je bekommeren om je medemensen?

    Dan breekt je licht door als de dageraad,
    je zult voorspoedig herstellen.
    Je gerechtigheid gaat voor je uit,
    de majesteit van de HEER vormt je achterhoede.

    Dan geeft de HEER antwoord als je roept;
    als je om hulp schreeuwt, zegt hij: ‘Hier ben ik.’
    Wanneer je het juk van de onderdrukking uitbant,
    de beschuldigende vinger en de kwaadsprekerij,

    wanneer je de hongerige schenkt
    wat je zelf nodig hebt
    en de verdrukte gul onthaalt,
    dan zal je licht in het donker schijnen,
    je duisternis wordt als het licht van het middaguur.

    De HEER zal je voortdurend leiden,
    hij zal je verkwikken in dorre streken,
    hij maakt je botten sterk en krachtig.
    Je zult zijn als een goed bevloeide tuin,
    als een bron waarvan het water nooit opdroogt.

    Je eigen mensen zullen weer opbouwen
    wat al eeuwenlang verwoest ligt;
    fundamenten, door vroegere generaties gelegd,
    zullen weer worden hersteld.
    Dan zal men je noemen
    ‘Hersteller van muren’, ‘Herbouwer van straten’.

  • Sommige gedeelten van de bijbel zijn niet te begrijpen. Vandaag leest Wieteke een stuk dat regelrechte wartaal lijkt. Maar is dat het ook? Deze aflevering heeft de titel "Wartaal". Hij is nu te beluisteren via #spotify #googlepodcasts #applepodcasts en www.gelukkigdemens.nl/93-wartaal

    2 Korintiërs 5:11-21

    Vervuld van ontzag voor de Heer, proberen we iedereen te overtuigen. God weet precies wie en wat wij zijn; hopelijk weet u het ook wanneer u te rade gaat bij uw geweten. We bevelen onszelf niet opnieuw aan, maar geven u de mogelijkheid trots op ons te zijn, zodat u zich kunt verdedigen tegen wie zich op uiterlijke zaken laat voorstaan in plaats van op innerlijke. Zijn we in extase, dan is het voor God; zijn we bij zinnen, dan is het voor u. Wat ons drijft is de liefde van Christus, omdat we ervan overtuigd zijn dat één mens voor alle mensen is gestorven, waardoor alle mensen zijn gestorven, en dat hij voor allen is gestorven opdat de levenden niet langer voor zichzelf zouden leven, maar voor hem die voor de levenden is gestorven en is opgewekt. Daarom beoordelen we vanaf nu niemand meer volgens de maatstaven van deze wereld; ook Christus niet, die we vroeger wel volgens die maatstaven beoordeelden. Daarom ook is iemand die één met Christus is, een nieuwe schepping. Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen. Dit alles is het werk van God. Hij heeft ons door Christus met zich verzoend en ons de verkondiging daarover toevertrouwd. Het is God die door Christus de wereld met zich heeft verzoend: hij heeft de wereld haar overtredingen niet aangerekend. En ons heeft hij de verkondiging van de verzoening toevertrouwd. Wij zijn gezanten van Christus, God doet door ons zijn oproep. Namens Christus vragen wij: laat u met God verzoenen. God heeft hem die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde, zodat wij door hem rechtvaardig voor God konden worden.

  • In deze aflevering stelt God zich voor. Misschien denk je dat je hem al kent en dat het duidelijk is wie God is. Maar uit deze aflevering blijkt dat het nog niet zo eenduidig is. Weet God het eigenlijk zelf wel? Deze heet: Indenteit en is nu te beluisteren via #spotify #googlepodcasts #applepodcasts en www.gelukkigdemens.nl/92-identiteit

    Exodus 6:2-7

    God zei tegen Mozes: ‘Ik ben de HEER. Ik ben aan Abraham, Isaak en Jakob verschenen als God, de Ontzagwekkende, maar mijn naam HEER heb ik niet aan hen bekendgemaakt. Ik heb met hen mijn verbond gesloten en Kanaän aan hen beloofd, het land waarin zij als vreemdeling hebben gewoond. Ik heb het gejammer van de Israëlieten over de slavenarbeid die hun door de Egyptenaren is opgelegd gehoord, en dat heeft mij aan die belofte herinnerd. Daarom moet je dit tegen hen zeggen: “Ik ben de HEER. Ik zal de last die de Egyptenaren jullie opleggen van je afnemen, ik zal jullie uit je slavenbestaan bevrijden. Met opgeheven arm zal ik jullie verlossen en de Egyptenaren zwaar straffen. Ik zal jullie aannemen als mijn volk, en ik zal jullie God zijn. En jullie zullen inzien dat ik, de HEER, jullie God ben, die jullie bevrijdt van de last die je door de Egyptenaren is opgelegd.

  • Het is een gekke tijd. De wereld staat in brand. Misschien kunnen we de overdenking van deze week nog wel meer gebruiken dan anders… Hij gaat over misschien wel het mooiste onderwerp dat in de bijbel staat: De liefde. Hij is nu te beluisteren via #spotify #googlepodcasts #applepodcasts en www.gelukkigdemens.nl/91-de-liefde

    1 Korintiërs 13

    Al sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen – had ik de liefde niet, ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong of een schelle cimbaal. Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen – had ik de liefde niet, ik zou niets zijn. Al verkocht ik mijn bezittingen omdat ik voedsel aan de armen wilde geven, al gaf ik mijn lichaam prijs en kon ik daar trots op zijn – had ik de liefde niet, het zou mij niet baten.

    De liefde is geduldig en vol goedheid. De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid. Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan, ze verheugt zich niet over het onrecht maar vindt vreugde in de waarheid. Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze.

    De liefde zal nooit vergaan. Profetieën zullen verdwijnen, klanktaal zal verstommen, kennis verloren gaan – want ons kennen schiet tekort en ons profeteren is beperkt. Wanneer het volmaakte komt zal wat beperkt is verdwijnen. Toen ik nog een kind was sprak ik als een kind, dacht ik als een kind, redeneerde ik als een kind. Nu ik volwassen ben heb ik al het kinderlijke achter me gelaten.

    Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog. Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben. Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde

  • Hoge bomen vangen veel wind. Wat fijn dat de meeste van ons gewoon mens zijn. Gewoon een mens, net als Jezus. Deze aflevering heeft de titel "Gewoon mens". Hij is nu te beluisteren via #spotify #googlepodcasts #applepodcasts en www.gelukkigdemens.nl/90-gewoon-mens

    Lucas 4:1-13

    Vervuld van de heilige Geest trok Jezus weg van de Jordaan. Hij werd door de Geest naar de woestijn geleid, waar Hij veertig dagen bleef en door de duivel op de proef gesteld werd. Al die tijd at Hij niets, en toen de veertig dagen verstreken waren, had Hij grote honger. De duivel zei tegen Hem: ‘Als U de Zoon van God bent, beveel die steen dan in een brood te veranderen.’ Maar Jezus antwoordde: ‘Er staat geschreven: “De mens leeft niet van brood alleen.”’ Toen bracht de duivel Hem naar een hooggelegen plaats en liet Hem in één ogenblik alle koninkrijken van de wereld zien. De duivel zei tegen Hem: ‘Ik geef U de macht over dat alles en ook de roem die ermee gepaard gaat, want ik kan daarover beschikken en ik geef het aan wie ik wil; als U in aanbidding voor mij neervalt, zal dat allemaal van U zijn.’ Maar Jezus antwoordde: ‘Er staat geschreven: “Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen Hem.”’ De duivel bracht Jezus naar Jeruzalem, zette Hem op het hoogste punt van de tempel en zei tegen Hem: ‘Als U de Zoon van God bent, spring dan naar beneden. Want er staat geschreven: “Zijn engelen zal Hij opdracht geven om over U te waken.” En ook: “Op hun handen zullen zij U dragen, zodat U uw voet niet zult stoten aan een steen.”’ Maar Jezus antwoordde: ‘Er is gezegd: “Stel de Heer, uw God, niet op de proef.”’ Toen de duivel Jezus aan al deze beproevingen had onderworpen, ging hij voor een tijd bij Hem vandaan.

  • Deze week leest Wieteke twee delen uit een kleiner bijbelboek, namelijk Habakuk. Deze aflevering heeft de titel "Naar beneden vloeken". Hij is nu te beluisteren via #spotify #googlepodcasts #applepodcasts en www.gelukkigdemens.nl/89-naar-beneden-vloeken

    Habakuk 1: 2-4

    Hoe lang nog, HEER, moet ik om hulp roepen
    en luistert u niet,
    moet ik ‘Geweld!’ schreeuwen
    en brengt u geen redding?
    Waarom toont u mij dit onheil
    en ziet u zelf de ellende aan?
    Ik zie slechts verwoesting en geweld,
    opkomende twist en groeiende tweedracht.
    De wet wordt ondermijnd,
    het recht krijgt niet langer zijn loop,
    de wettelozen verdringen de rechtvaardigen,
    het recht wordt verdraaid.

    Habakuk 3:16-19

    Ik hoorde dit alles en ik beefde vanbinnen,
    ik vernam het en mijn lippen trilden.
    Mijn botten werden aangevreten,
    ik stond te trillen op mijn benen,
    wachtend op de dag van het onheil,
    de dag dat u optrekt tegen het volk dat ons aanviel.
    Al zal de vijgenboom niet bloeien,
    al zal de wijnstok niets voortbrengen,
    al zal de oogst van de olijfboom tegenvallen,
    al zal er geen koren op de akkers staan,
    al zal er geen schaap meer in de kooien zijn
    en geen rund meer binnen de omheining –
    toch zal ik juichen voor de HEER,
    jubelen voor de God die mij redt.
    God, de HEER, is mijn kracht,
    hij maakt mijn voeten snel als hinden,
    hij laat mij over mijn bergen gaan.

  • Mam, geloof jij in G O D? Dit was een vraag die Wieteke ooit bij het ontbijt van haar achtjarige zoon kreeg. In deze aflevering van Gelukkig de mens gaat het over deze vraag. Luister nu de nieuwste aflevering "Boom aan stromend water".

    De aflevering is te beluisteren via #spotify, #applepodcasts, #googlepodcasts, www.dopersduin.nl/podcast of www.gelukkigdemens.nl/88-boom-aan-stromend-water

    Jeremia 17:5-10

    Dit zegt de HEER:

    Vervloekt wie op een mens vertrouwt, wie zijn kracht ontleent aan stervelingen, wie zich afkeert van de HEER. Hij is als een struik in een dorre vlakte, hij merkt de komst van de regen niet op. Hij staat in een steenwoestijn, in een verzilt en verlaten land.

    Gezegend wie op de HEER vertrouwt, wiens toeverlaat de HEER is. Hij is als een boom geplant aan water, zijn wortels reiken tot in de rivier. Hij merkt de komst van de hitte niet op, zijn bladeren blijven altijd groen. Tijden van droogte deren hem niet, steeds weer draagt hij vrucht.

    Niets is zo onbetrouwbaar als het hart, onverbeterlijk is het, wie zal het kennen? Ik, de HEER, ben het die het hart doorgrondt, die nieren toetst, die ieder naar zijn levenswandel beloont, aan ieder geeft wat hij verdient.

  • "Ik heb een heel zwaar leven". Brigitte Kaandorp beschreef het al eens in een nummer. En soms valt het ook allemaal niet mee en is het zwaar. In de bijbel zijn er ook prachtige gedichten over geschreven. Deze week leest Wieteke bijvoorbeeld Klaagliederen, het derde lied: Hoop en wanhoop.

    De aflevering is te beluisteren via #spotify (ja we zitten er nog steeds op), #applepodcasts, #googlepodcasts, www.dopersduin.nl/podcast of www.gelukkigdemens.nl/87-misschien-is-er-hoop

    Ik ben de mens die te lijden heeft onder de stok van zijn toorn.
    Hij leidt mij en voert mij – in een lichtloos duister.
    Tegen mij heft hij zijn hand op, steeds opnieuw, dag na dag.
    Mijn vlees en mijn huid doet hij wegteren, en al mijn botten breekt hij.
    Hij sluit mij in en omringt me met gif en tegenspoed.
    Hij laat mij in duisternis wonen, als de doden van eeuwen her.
    Hij trekt een muur rond mij op, ik kan er niet uit; zwaar zijn mijn bronzen ketenen.
    Al schreeuw ik en roep ik om hulp, hij wil mijn gebed niet horen.
    Hij verspert mij de weg met rotsblokken, mijn paden maakt hij krom.
    Als een beer loert hij op mij, als een leeuw in het verborgene.
    Hij dringt me opzij, hij verscheurt me en verwoest mijn leven.
    Hij spant zijn boog en kiest mij als doelwit voor zijn pijlen.
    Hij treft mij in het hart met de pijlen uit zijn koker.
    Dag na dag moet ik het ontgelden in het spotlied van mijn volk.
    Hij verzadigt mij met bittere kruiden, hij geeft me alsem te drinken in overvloed, hij laat me mijn tanden stukbijten op stenen, hij drukt mij neer in het stof.
    Mijn leven is verstoken van vrede, geluk is mij vreemd geworden.
    Steeds denk ik: Verdwenen is mijn glans, vervlogen mijn hoop op de HEER.
    Gedenk mijn nood en mijn zwervend bestaan, de alsem en het gif.
    Telkens als ik mijn lot overdenk, ben ik diep terneergeslagen.
    Toch geef ik de hoop niet op, want hieraan houd ik vast:

    Genadig is de HEER: wij zijn nog in leven! Zijn ontferming kent geen grenzen.
    Elke morgen schenkt hij nieuwe weldaden. – Veelvuldig blijkt uw trouw!
    Ik besef: mijn enig bezit is de HEER, al mijn hoop is op hem gevestigd.
    Goed is de HEER voor wie hem zoekt en alles van hem verwacht.
    Goed is het geduldig te hopen op de HEER die redding brengt.
    Goed is het als een mens zijn juk draagt in zijn jeugd.
    Laat hij neerzitten, eenzaam en geduldig, als het hem wordt opgelegd.
    Laat hij zich neerwerpen en stof likken, misschien is er hoop.
    Laat hij zijn wang bieden aan wie hem slaat, laat hij verzadigd raken van hoon.
    Want de Heer verwerpt niet voor eeuwig.

    Luister hier Brigitte Kaandorp - Ik heb een heel zwaar leven: https://www.youtube.com/watch?v=BFugEoNNUFc

  • Deze week een verhaal als een sprookje. Het sprookje van Sadrach, Mesach en Abednego en de boze koning Nebukadnessar. Het is een wat langere tekst, maar wel een mooie. Dus ga er even goed voor zitten en geniet.

    Luister nu de podcast via #spotify #googlepodcasts #applepodcasts of www.gelukkigdemens.nl/86-Sprookje

    Daniël 3:1-30

    Op een dag gaf koning Nebukadnessar opdracht een gouden beeld te maken, zestig el hoog en zes el breed, en hij liet het opstellen in de provincie Babel, in de vlakte van Dura. Vervolgens ontbood hij de satrapen, stadhouders, gouverneurs, staatsraden, schatbewaarders, rechters, magistraten en alle bestuurders van de provincies; ze moesten de inwijding bijwonen van het beeld dat koning Nebukadnessar had opgericht. De satrapen, stadhouders, gouverneurs, staatsraden, schatbewaarders, rechters, magistraten en alle bestuurders van de provincies kwamen bijeen om het beeld dat koning Nebukadnessar had opgericht in te wijden. Ze stelden zich op voor het door Nebukadnessar opgerichte beeld. Een heraut riep met luide stem: ‘Volken en naties, welke taal u ook spreekt, luister naar dit bevel. Zodra u de muziek hoort van hoorn, panfluit, lier, luit, harp, dubbelfluit en andere instrumenten, valt u op uw knieën neer en buigt u in aanbidding voor het gouden beeld dat koning Nebukadnessar heeft opgericht. Wie niet neerknielt en buigt, zal onmiddellijk in een brandende oven worden gegooid.’ En dus knielden alle volken en naties, welke taal zij ook spraken, zodra ze de muziek van hoorn, panfluit, lier, luit, harp en andere instrumenten hoorden, en bogen zij in aanbidding voor het gouden beeld dat koning Nebukadnessar had opgericht.

    [...]

  • Die evangelisten waren toch briljante schrijvers. Hoe briljant? Deze week leest Wieteke een tekst van Lucas. In deze tekst wordt gespeeld met de situatie, de voorkennis en de rol van Jezus. Hoe dat zit? Luister nu de podcast via #spotify #googlepodcasts #applepodcasts of www.gelukkigdemens.nl/85-balanceren-op-een-slap-koord.

    Lucas 4:14-21

    Vervuld met de kracht van de Geest keerde Jezus terug naar Galilea. Het nieuws over Hem verspreidde zich in de hele streek. Hij gaf de mensen onderricht in hun synagogen en werd door allen geprezen. Hij kwam ook in Nazaret, waar Hij was opgegroeid, en volgens zijn gewoonte ging Hij op sabbat naar de synagoge. Toen Hij opstond om voor te lezen, werd Hem de boekrol van de profeet Jesaja overhandigd, en Hij rolde hem af tot de plaats waar geschreven staat:

    'De Geest van de Heer rust op Mij,
    want Hij heeft Mij gezalfd.
    Om aan armen het goede nieuws te brengen
    heeft Hij Mij gezonden,
    om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken
    en aan blinden het herstel van hun zicht,
    om onderdrukten hun vrijheid te geven,
    om een genadejaar van de Heer uit te roepen.’

    Hij rolde de boekrol op, gaf hem terug aan de dienaar en ging weer zitten; de ogen van alle aanwezigen in de synagoge waren op Hem gericht. Hij zei tegen hen: ‘Vandaag is de schrifttekst die jullie gehoord hebben in vervulling gegaan.’

  • Nooit gedacht dat het in een bijbelpodcast nog eens over Pokémon zou gaan. Maar daar zijn we dan. Deze aflevering van Gelukkig de mens heet Pokémon.

    Wat heeft de bijbel met dit tv programma te maken? Wat doen die kleine monstertjes in deze podcast? Luister en kom erachter.

    Deze aflevering is nu te beluisteren via #spotify #googlepodcasts #applepodcasts en www.gelukkigdemens.nl/84-pokemon.

    Deze week leest Wieteke 1 Korintiërs 12:1-6

    Over de gaven van de Geest, broeders en zusters, wil ik u het volgende zeggen. Zoals u weet was u in de tijd dat u nog niet geloofde volledig in de ban van de afgoden, die taal noch teken geven. Daarom zeg ik u nadrukkelijk: niemand kan door toedoen van de Geest van God zeggen: ‘Vervloekt is Jezus,’ en niemand kan zeggen: ‘Jezus is de Heer,’ behalve door toedoen van de heilige Geest. Er zijn verschillende gaven, maar er is één Geest; er zijn verschillende dienende taken, maar er is één Heer; er zijn verschillende uitingen van bijzondere kracht, maar het is één God die ze allemaal en bij iedereen teweegbrengt.